Hosinsul

Hosinsul, oftewel zelfverdediging, is een onderdeel van taekwondo dat vaak wat minder aandacht krijgt, maar dat is onterecht. Bij hosinsul wordt je aangevallen door middel van pakkingen, grepen, verwurgingen of klemmen, waaruit je jezelf moet bevrijden in combinatie met taekwondotechnieken. Omdat deze bewegingen meer technisch inzicht vereisen, vragen we dit pas op het examen als leerlingen al wat verder gevorderd zijn.

Anders dan met de 1-stapssparring zijn deze bewegingen vrij. Je mag dus zelf weten hoe je aanvalt, wat de verdediging is en met welke taekwondo-techniek je de eindactie maakt. Alles is goed, zolang het maar reëel is. Hiermee wordt bedoeld dat je bijvoorbeeld bij een aanval naar je keel niet eerst 10 seconden kan wachten met de verdediging, want dan ben je immers al je lucht kwijt. Een ander voorbeeld is dat wanneer iemand je arm vastpakt, je niet mag eindigen met een techniek die de tegenstander heel zwaar zou verwonden. Dit heet ‘overkill’. De aanval moet in verhouding staan met de tegenaanval.

Als je examen doet, staat hieronder hoeveel hosinsul je moet kunnen voor welke band:

BandkleurHosinsul
Gele slip 1
Gele slip 2
Gele band
Groene slip 12
Groene slip 23
Groene band4
Blauwe slip 16
Blauwe slip 27
Blauwe band8
Rode slip 110
Rode slip 211
Rode band12
Zwarte slip 112
Zwarte slip 212

Voor het erkende 1e dan-examen bij Taekwondo Bond Nederland zijn per 16 juni 2013 een serie 12 technieken verplicht, waarvan er 8 volgens een vaste volgorde te worden uitgevoerd qua aanval, zoals in de presentatie te zien is hieronder.

HOSINSUL 12 stuks verdedigingstechnieken tegen vasthouden beetpakken en klemmen naar
eigen inzicht uitgevoerd met de eigen partner die als aanvaller fungeert.
De volgende 8 stuks aanvalstechnieken dienen verplicht getoond te worden in
onderstaande volgorde;


  1. Gekruist de pols/onderarm vastgrijpen met een enkele of dubbele greep,
  2. Revers vastpakken met een enkele of dubbele greep,
  3. Verwurging met beide gestrekte armen van voor van de hals,
  4. Vastpakken van het hoofd en/of -haren,
  5. Beide polsen vastgrijpen aan de rugzijde,
  6. Verwurging met beide gestrekte armen van achter van de hals,
  7. Omklemming van achteren met de armen ingesloten,
  8. Omklemming van het hoofd waarbij de aanvaller naast de verdediger staat, beide
    met het hoofd naar dezelfde richting.
    De overige 4 aanvalstechnieken zijn vrij en naar eigen keuze van de examinandus
    waarbij de technieken een variant mogen zijn op reeds getoonde 8 stuks verplichte
    aanvalstechnieken. De vier vrije technieken zijn genummerd van 9 t/m 12.